Op 22 november stelde Paroolcolumnist Felix Rottenberg in Het Laatste Woord dat leraren zich gesteund voelden door de kwaliteitsaanpak (KBA) waarmee de gemeente sinds 2008 werkt op veel Amsterdamse basisscholen. Op 5 november werd de KBA-aanpak ook al geroemd door een drietal directeuren van scholen. Zij schrijven: ‘Leraren zijn gegroeid in hun professionele rol, leerlingen zijn gelukkiger en presteren beter.’ Het klinkt bijna te mooi om waar te zijn. En dat is het ook.

Het is opvallend dat er juist van directeuren een dergelijk geluid komt over de KBA. De aanpak kwam in een tijd dat er inderdaad ingegrepen moest worden, en het onderwijs gaf eigenlijk de gemeente die ruimte door het zelf na te laten. Er wás onderwijskundige ontwikkeling nodig, en KBA nam dan ook onderwijskundig de leiding binnen scholen. Zou er beter en scherper onderwijskundig leiderschap zijn geweest binnen scholen en besturen, en een goed personeelsbeleid, dan was een ‘ingrijpen’ van buitenaf als door de gemeente in onze ogen niet nodig geweest.

Er is al veel kritiek geweest op de grote rol die de gemeente, i.s.m. de besturen, is gaan spelen in de klaslokalen, en we willen niet in herhaling vallen. Wel is het tijd dat er ook vanuit leraren een geluid komt. Want juist daar heeft het lang aan ontbroken: besturen en de projectorganisatie van de kwaliteitsaanpak stonden weinig open voor het geluid van de mensen die voor de klas staan.

Veel leraren voelden zich niet serieus genomen. Om als leerkracht te groeien in je professionele rol, heb je als leerkracht ook professionele ruimte nodig. Natuurlijk bieden de 56 indicatoren waar je als leerkracht op beoordeeld werd door het KBA genoeg stof tot reflectie. Op jezelf en met elkaar. Alleen werden die indicatoren geen uitgangspunten voor een goed gesprek over het beste onderwijs, maar een keurslijf voor docenten. Er werd veel verteld en opgelegd en vervolgens gebrekkig beoordeeld, op zo’n manier dat de feedback door veel leraren niet serieus kon worden genomen, hoe graag we er ook van wilden leren. Het was niet de blik van buitenaf die weerstand opriep, het was juist de aanpak zelf die daarvoor zorgde.

Wij zijn daarom erg blij met de nieuwe koers van de gemeente Amsterdam, gericht op het investeren van onderwijsgeld in scholing, ontwikkeling, autonomie van en vertrouwen in leraren. Tijdens de Nacht van de Leerkracht afgelopen 28 oktober jl. maakte wethouder onderwijs Simone Kukenheim bekend dat er een Amsterdamse Lerarenbeurs komt. Dat juichen we natuurlijk erg toe: investering in blijvende kennis en ontwikkeling binnen scholen. Leraren zijn die avond ook uitgenodigd om ideeën aan te leveren via de Vereniging van Meesterschappers over hoe de kwaliteit van onderwijs en leraren op de Amsterdamse scholen verbeterd kan worden. Wij denken bijvoorbeeld aan het structureel regelmatig vrijroosteren van leerkrachten voor collegiale intervisie: binnen school of bij collega-scholen in de klas kijken dus en met elkaar werken aan de ontwikkeling van het onderwijs. Of per leraar een individueel budget voor bijscholing die bijdraagt aan de professionele cultuur binnen de school.

Er zijn ook voorbeelden van andere initiatieven in het land die we toejuichen.

Wanneer iemand in onze klassen komt observeren als critical friend, zoals het KBA zich noemde, staan wij daar natuurlijk voor open. We gaan heel graag het gesprek aan en leren van wat er gezien wordt en pakken dit ook graag planmatig aan.  Een mooi voorbeeld van hoe het volgens ons wel kan, is de aanpak van Stichting LeerKRACHT. Zij vinden dat een cultuurverandering tot stand moet komen met betrokkenheid van de héle school, niet alleen met een coalition of the willing, zoals soms bij de KBA. Leraren krijgen, onder begeleiding, de ruimte om zelf ambities vast te stellen, en krijgen tijd om elkaar te observeren en feedback te geven. Ook wordt een coach opgeleid binnen de school. De intensieve begeleiding maakt de aanpak niet vrijblijvend.

Een ander initiatief is Onderwijspioniers. Dit programma helpt ruimte creëren voor ambitieuze leraren door middel van begeleiding, budget, een netwerk en een podium.

Dit soort aanpakken zijn wat ons betreft wel duurzame investeringen; de leraren worden betrokken, er wordt in hen geïnvesteerd, de kennis blijft binnen de school, en gaat niet met een duurbetaalde adviseur weer de deur uit.

Scholen en leraren die het onderwijs op hun school willen verbeteren, kunnen we deze initiatieven van harte aanbevelen.

Wij zijn dus blij met de koerswijziging ten opzichte van de KBA-aanpak; meer professionele ruimte voor de leraren en scholen en investeringen in scholing en ontwikkeling van leraren. Dat zien we als duurzame investeringen die zorgen voor een blijvende verbetercultuur in het onderwijs, maar dan met gelukkige leraren en leerlingen.